Editoriaal

Op 7 september, dus exact 600 jaar geleden, werden de eerste lessen gedoceerd aan de Leuvense universiteit. Ze was een jaar eerder, in 1425, gesticht onder het bewind van hertog Jan IV van Brabant. Logisch was geweest dat deze universiteit in de Brabantse hoofdstad Brussel zou gevestigd worden. De Brusselaars waren evenwel beducht voor de studentenoverlast en daarom werd het Leuven. Tot de stichting van de universiteit van Leiden in 1575 bleef Leuven de enige universiteit in de Lage Landen. De opleiding bestond oorspronkelijk uit één basisfaculteit, deze van de Artes, gevolgd door twee hogere faculteiten, rechten en geneeskunde. Vanaf 1432 kwam daar een faculteit theologie bij en mocht Leuven zich een volwaardige “Studium Generale” noemen.

In de loop der eeuwen kende de universiteit een rijke en bewogen geschiedenis. Zo nam zij in de 16e eeuw het voortouw in de strijd tegen het protestantisme, werd zij in 1793 onder het bewind van de Franse Republiek zelfs afgeschaft, werd ze in 1817 onder het Nederlands bewind een Rijksuniversiteit en stichtten de Belgische bisschoppen in 1834 de katholieke Universiteit van Mechelen, die al een jaar later naar Leuven verhuisde.

Grote geesten zoals Erasmus, de anatoom Vesalius, de cartograaf Mercator, de latere kardinaal Mercier en de kosmoloog Lemaître drukten hun stempel op de uitstraling van de universiteit.

Het studentenleven van voorgaande eeuwen, dat niet is te vergelijken met wat het tegenwoordig is, komt aan bod, alsook het bijzondere verhaal van de universiteitsbibliotheek.

Leuvenaar en stadsgids Jo Celis is de aangewezen persoon om ons door de rijke geschiedenis van de Leuvense universiteit te leiden. Hij publiceerde recent het zeer lezenswaardige boek: “Leuven, stad van kennis”.